Weet je wat ik vreemd vind? Ik vind het vreemd dat het werk van strategen binnen bureaus zo onzichtbaar is. Voor de buitenwereld, maar eigenlijk ook voor reclamemakers. Van een winnende case krijg je altijd het eindresultaat te zien; het sleutelbeeld met copy. En een uitleg van de bedoeling van de makers. En de creatieve credits. Maar zelden zie je wat het werk van strategen is geweest. Hoe een specifieke consumentenbehoefte of -gedrag aan een merk wordt gekoppeld. Hoe zij tot het inzicht zijn gekomen waarmee designers en copywriters aan de slag zijn gegaan. Terwijl een goede strategie de basis is van effectieve marcom.

Maar het werk van strategen is niet sexy.

Want het eindresultaat spreekt tot de verbeelding. Iemand die urenlang achter een scherm zit en data uitpluist om vast te stellen hoe zijn publiek een product gebruikt, sja, dat staat nogal ver af van het beeld dat wij reclamemakers graag van onszelf creëren: vrij, artistiek, scheppend. Elke reclamemaker wil een beetje Don Draper zijn, toch? Dus natuurlijk staat in de credits van een Effie niet dat een onderzoeksteam 200 uur gebruikt heeft om inzicht te krijgen in de tijdstippen waarop de doelgroep ontvankelijk is voor de belofte.

Terwijl strategie belangrijker is dan ooit. We leven in een tijd van ongelooflijke technologische vooruitgang. Eén van de belangrijkste effecten daarvan is de beschikbaarheid van informatie. Er is zo ontzettend veel informatie beschikbaar, dat de manier waarop de informatie door mensen verwerkt wordt (en ook: de hoeveelheid tijd die iemand krijgt om informatie te verwerken) ongelooflijk veranderd is. De mens zapt zichzelf een weg door de dagelijkse brei aan informatie die op hem afgestuurd wordt. En: kiest daaruit zelf wat voor er voor hem toe doet. In een nanoseconde.

Het vak van strategen leunt wat mij betreft op twee fundamenten: het doen van een relevante belofte en het lef om die belofte op nieuwe manieren gestalte te geven.

Toch?